Redden of Repareren

Er was geen redden aan, ik zou gerepareerd moeten worden. Er was van alles aan mij losgegaan, ledlampjes, wiepdoppen, remvoering, mistlicht. Ik hoopte op een Mariaverschijning, de wolken waren ernaar: donkerblauwe stapels met in het midden een lichte plek. Prima voor Maria’s die van daaruit het Licht uit Hun Helende Handen de vrije loop konden laten. Maar Maria verscheen niet. Wie voor mij stond, was Bernhard. Dus ik begon meteen maar zelf te redden en te repareren, dat was immers het thema van de volgende Vorlesebühne. En als iets een thema is dan moet je je zelf maar zien te redden. In je eentje. Je kunt er eventueel een dialoog van maken, een leuke dialoog, met Bernhard of met iemand anders. Maar waarom zou je, je staat er in feite toch alleen voor en wat is er beter dan de volledige blote waarheid te tonen aan het publiek: we staan er allemaal bloot/blöd alleen voor. Daar valt niets aan te redden. Te repareren misschien wel, een leuk jurkje aantrekken ofzo. Maar Maria’s aanroepen, dat moet je niet doen. Als je Maria aanroept, verschijnen er misschien werkelijk reparateurs, van die echte, met licht in hun ogen. En dan word je mogelijk verder weg gerepareerd dan waar je vandaan kwam.