glitters en gillen

Het is mogelijk om een hele avond (avonden duren op de televisie en in het theater anderhalf uur) te luisteren naar liedjes die door een of twee mensen gezongen worden. Ik heb dat zaterdag gedaan. Ik zal geen namen noemen, anders gaan Bas en Johan naast hun schoenen lopen, maar ik heb me uitstekend vermaakt. Er was geen glitter, er was geen vuurwerk, er waren geen dikke vrouwen in tutu. Niet dat ik iets tegen glitter, vuurwerk en dikke vrouwen in tutu* heb, alles dat afleid van het soort liedje dat meestal met dat soort dingen omkleed wordt is me welkom, maar als er goede liedjes zijn heb ik liever alleen de goede liedjes.

Wat zegt het over mij dat ik de hele anderhalf uur durende zaterdagavond geen aandrang heb gevoeld om te gillen of aan mijn telefoon te zitten? Ik zou volgens sociologen een concentratiespanne van zeven minuten moeten hebben, omdat ik bij de generatie hoor die opgroeide met amerikaanse tekenfilms die elke zeven minuten onderbroken worden. Maar dat maakt het niet noodzakelijk om telefoons aan te raken en gilletjes te gillen. Het zijn ook niet mijn generatiegenoten die die noodzaak voelen, het zijn de laat-pubers en hun opvolgers, de kinderen die telefoons kregen om de bezorgdheid van hun moeders te temperen, en het zijn diezelfde moeders, die het gedrag van hun kinderen kopiëren om te ontkennen wat ze in de spiegel zien.

Zo hebben deze moeders, minstens tien jaar ouder dan ik, meer weet van wat belangrijk is dan ik. Ik wilde wel tekenfilms kijken, maar het ging niet, we hadden geen televisie. Ik heb nooit bewust gekozen voor melancholie. Maar ik had in de jaren die me vormden alleen boeken, langspeelplaten en mijn eigen fantasie, en nu ik de vrijheid heb om te kijken, luisteren en bezoeken wat ik wil, wordt ik gestraft door mijn eigen vorming zodra ik me tussen mensenmassa’s begeef om vrolijk te gillen en mijn telefoon aan te raken. Ik krijg er jeuk en trillende mondhoeken van. Mijn geest heeft een concentratiespanne van anderhalf uur, daarna onderbreek ik mijn boek om voor me uit te kijken. In het theater, waar altijd een kwartier loosheid de avond van anderhalf uur onderbreekt, ben ik moeilijk aanspreekbaar, misschien wel opgezogen in mijn eigen fantasie, die glittert, brand, en zeer, zeer dik is.

*Ik heb wel iets tegen vrouwen in tutu. Maar het is niet nodig dat te benadrukken.