18 februari 2012: Freek Vielen
En altijd zal ik seks
Beschrijven als iets geks
Als iets dat me zomaar overkwam
Door toevallig zo bedoelde zinnen
Of omdat zij het zo graag wou
En altijd zal ik denken:
Dus dit is seks
Terwijl ik doe
Wat ik ooit bedacht
Soms zeggen ze dat ze het goed vonden
Dan weet ik dat het goed was
Soms zeggen ze dat ze het fijn vonden
Dan weet ik dat het fijn was
Soms zeggen ze niets
Dan weet ik niet hoe het was.
Nienke: De wereld te beschermen
Nienke Esther Grooten, Vorlesebühne 24-12-11:
DE WERELD TE BESCHERMEN
Hier staan wij, in de wereld. De wereld is neutraal en spreekt onze taal niet. Het is onze taak de wereld te beschermen.
Hier zit hij, een mens. Wij hebben hem neergezet op dit bed want hij is vriendelijk en spreekt onze taal.
Hij zit hier, op zijn bed. Wij hebben hem dit bed gegeven in deze kamer. Hij zit in deze kamer waar wij hem bezoeken.Hier zit hij, in zijn kamer op zijn bed. Hij is vriendelijk en probeert ons met redelijkheid te overtuigen van zijn gelijk, maar wij zijn niet redelijk.
Monoloog van een staatsman
"Het verminderen van eigen volk is geen eenvoudige zaak. Het verminderen van eigen volk stuit op verzet, vraagt de inzet van intelligentie, kostbare wapens, veel menskracht, financiële reserves. En het eist als tol ook het verminderen van eigen volk, ook van het goede eigen volk. En het uit noodzaak verminderde volk en het ongewenst verminderde volk en het toevallig verminderde volk vormen samen een hoeveelheid volk van wie wij het ontbreken nog eens pijnlijk zullen voelen. Bijvoorbeeld de belastinginkomsten, de belastinginkomsten zullen dramatisch verminderen.
Liesbeth Mende: Melige appel (uit 'Zonder dinges', 12-06-10)
Ik neem een hap uit een melige appel.
Mijn vader doopte zijn stukjes appel in een sausje van ketjap en sambal.
Precies 24 jaar geleden ging hij dood.
Darmkanker.
De begrafenis was gezellig.
Iedereen lachte naar me.
Iedereen vond me aardig, omdat mijn vader dood was.
Gestorven, zegt mijn oom.
De vader van mijn vader is al 70 jaar dood.
Hij ligt aan de andere kant van de wereld.
Mijn oom vliegt er elk jaar naar toe om de steen op te poetsen.
Op de begrafenis kreeg ik van een dikke mevrouw een glazen pot vol chocolade schijven.
De Vorleseboot
De Vorleseboot is ziek. De stuurman moet worden vervangen, want hij is ziek, hij gedraagt zich vreemd. Andere bemanningsleden nemen het over maar ook zij voelen zich snel ziek en gedragen zich vreemd. Er slaat water in de boot maar ook dat water wordt ziek, droogt uit en verdwijnt. Het zoute vlees is op, wij knabbelen gedroogde vogelpoep. Het schip dobbert stuurloos rond, de zieken kruipen in alle hoeken, sommige dicht op elkaar, een andere zieke klimt de uitkijkmast in om zo ver mogelijk van van alles vandaan te zijn. Af en toe kotst hij als groet naar beneden.
Songfestival
Het Songfestival is oorlog. Het Oosten tegen het Westen. Veel volk is al gesneuveld op de velden van die oorlog. Het Westen mag dan economisch dominant zijn, op het slagveld van het Songfestival zijn de troepen van de vijand uit het Oosten overheersend. Nederland aarzelde lang om überhaupt nog mee te doen maar heeft uiteindelijk besloten om zijn lelijkste en zwakste oude paarden, behangen met oranje plastic tulpen en met glitter-jasjes, ten strijde te sturen. Een buitengewoon verstandige beslissing, zo valt niets te verliezen. Laten we hopen dat ze gebroken en geknakt terugkeren.

